Make your own free website on Tripod.com

Huishoudelijk reglement

(voor clubs met vzw-structuur)

bullet

Administratieve bepalingen

bullet

Gebruik van de schietstanden
bullet

2.1 Veiligheid

bullet

2.2 Wapenhandeling - drill van de schutters

bullet

Reiniging en onderhoud van de schietstanden

bullet

Schiettechnieken

bullet

Doelen

bullet

Gebruik van de schietbanen (Baan per baan)
bullet

6.1 Indeling en benaming van de schietstanden

bullet

Bijkomende algemene reglementen

1. Administratieve bepalingen.

Art. 1) Dit huishoudelijk reglement regelt de betrekkingen van de vereniging met haar leden en met alle gebruikers van de schietstand. Het is een aanvulling op de statuten van de vereniging.

Art. 2) Wijzigingen aan dit huishoudelijk reglement vereisen een eenvoudige meerderheid van de beheerraad.

Art. 3) De aansluiting tot de vereniging, maar ook het gebruik van de schietstand, verbindt het lid/de gebruiker tot de kennis en het aannemen zonder voorbehoud van de statuten en reglementen van de (NAAM DER VERENIGING).

Art. 4) Iedere schutter moet zich eerst aanmelden in het clubhuis en intekenen in het aanwezigheidsregister zoals bedoeld en beschreven in Art. 3 § 4° van het KB van 13 juli 2000.

Art. 3 § 4° van het KB van 13 juli 2000.

aan de toegang tot de schietruimten moeten vastbladige registers worden neergelegd, waarin elke particuliere schutter en elke schietmonitor telkens zijn naam en zijn adres noteert, evenals het type en kaliber van het vuurwapen waarmee hij zal schieten, evenals de datum en het juiste uur waarop hij de schietruimte betreedt en weer verlaat. De bladzijden van deze registers moeten vooraf worden genummerd en geviseerd door de gemeentepolitie. De personen bedoeld in artikel 24 van de wapenwet moeten er steeds inzage van hebben. Ze moeten gedurende tien jaar worden bewaard;

Art. 5) De V.Z.W. stelt zijn accommodatie ter beschikking van zijn leden, dewelke deze binnen de geldende normen zullen gebruiken.

Art. 6) De V.Z.W. en zijn bestuurders zijn niet verantwoordelijk voor gebeurlijke ongevallen en of schade aan persoonlijke eigendommen.

Art. 7) De ter beschikking gestelde materialen zullen alleen gebruikt worden in de voor de desbetreffende discipline beschikbaar gestelde stand.

Art. 8) Het lid is er toe gehouden de schade te vergoeden die hij met opzet en/of door het niet naleven van de reglementen heeft aangericht.

Art. 9a) Elk lid mag 1 genodigde schutter of aspirant schutter meebrengen. Het lid zal de volle verantwoordelijkheid dragen en tijdens het schieten zal hij het toezicht op zijn gast uitoefenen. Hij zal er voor zorgen dat zijn genodigde een daglidmaatschap afsluit. Voor de bezoekers geldt onverkort wat vermeld staat in art. 10 (zie aldaar).

Art. 9b) Zonder lid te zijn van de vereniging mag men maximaal 3 maal als genodigde komen schieten. (Niet van toepassing voor deelnemers aan officiële wedstrijden).

Art. 10) Alle leden en genodigde schutters moeten houder zijn van een al dan niet voorlopige vergunning tot het voorhanden hebben van een verweervuurwapen, of van een vergunning tot het voorhanden hebben van een oorlogswapen, tenzij er alleen wordt geschoten met niet vergunningsplichtige wapens.

Buitenlandse gasten die in een lidstaat van de Europese Unie gerechtigd zijn aan dergelijke activiteiten deel te nemen zullen vooraf de vereiste documenten voorleggen die het voorhanden hebben van een vuurwapen in België vergunnen.

 

Art. 11) Elke schutter zal zich houden aan de voorschriften eigen aan de stand waarvan hij gebruik maakt.

Art. 12) De uitbater en elke toezichter en bestuurder heeft over de gehele accommodatie en ten allen tijde het recht om iedere persoon die deze accommodatie of een deel ervan betreedt of verlaat, volgende voorwerpen en documenten te controleren : lidkaart van de vereniging,.legitimatiebewijs, wapens en vergunningen voor deze wapens, aard van de aangewende munitie.

Ieder lid wordt geacht zijn volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan een dergelijke controle.

Art. 13) Alleen de uitbater, het bestuur en de aangestelde toezichters zijn bevoegd om de controles zoals bedoeld in art. 12 uit te voeren.

Art. 14) Bij onregelmatigheden of onveilige toestanden mogen de uitbater, de toezichters of de bestuursleden de verantwoordelijke schutter terechtwijzen of hem verbod opleggen om verder te schieten, en hem te gelasten de standen te verlaten.

Art. 15) Een schutter die een sanctie gekregen heeft van een toezichter of bestuurslid, kan schriftelijk en aangetekend bezwaar indienen binnen de 8 dagen bij de uitbater. Deze brengt de zaak dan voor de raad van beheer, dewelke in laatste aanleg beslist op clubniveau. De betrokkene kan zich in beroep voorzien voor de arbitragecommissies van het KVBSV, waarbij diens arbitragereglement dient gevolgd te worden.

Art. 16) Alle leden moeten jaarlijks een getuigschrift van goed gedrag en zeden overhandigen (Art. 3 § 3° van het KB van 13 juli 2000) en dit telkens vóór 1 januari. Leden die met deze regel niet in orde zijn zullen de toegang tot de schietstand geweigerd worden en ook hun lidkaart zal ingehouden worden.

(Art. 3 § 3° van het KB van 13 juli 2000)

de bewakingsagenten en de particuliere schutters die gebruik maken van de <schietstand> moeten de uitbater jaarlijks een getuigschrift van goed gedrag en zeden overhandigen, die het recentste exemplaar bewaart, waakt over zijn vertrouwelijkheid en het voor inzage ter beschikking houdt van de personen bedoeld in artikel 24 van de wapenwet en in artikel 16 van de bewakingswet; in dit getuigschrift mogen geen veroordelingen zijn vermeld zoals bedoeld in artikel 4, § 2, 1°;

Art. 17) Uit fair-play t.o.v. andere schutters zal iedere aanwezige op de schietstand de stilte eerbiedigen, en de andere schutters niet storen tijdens de schietbeurt.

begin pagina

2. GEBRUIK VAN DE SCHIETSTANDEN

2.1. VEILIGHEID.

Art. 18) Bij BRAND in de schietstand.

1. Onmiddellijk de schietoefening beëindigen.

2. Telefonisch de BRANDWEER VERWITTIGEN: de telefoon staat (PLAATS AANDUIDEN).

Tel. Brandweer: (OPGEVEN)

3. BRANDBESTRIJDINGSMATERIAAL gebruiken, indien mogelijk.

4. Indien de brand niet onmiddellijk bedwongen kan worden moet men de schietstand ONTRUIMEN.

5. Nadat de schietstand ontruimd is moet de ventilatie uitgeschakeld worden, om het aanwakkeren van het vuur te voorkomen.

Art. 19) Bij een SCHIETINCIDENT.

1. Onmiddellijk de schietoefening beëindigen.

2. Telefonisch de DIENST 100 VERWITTIGEN.

3. EHBO materiaal aanwenden: de EHBO kast bevindt zich (PLAATS AANDUIDEN).

4. De uitbater, minstens een bestuurslid verwittigen. ( telefoon nr.'s staan op het toestel.)

5. Niemand mag de terreinen verlaten vooraleer de officiële instanties aanwezig zijn en hiervoor de toestemming hebben verleend.

 

Art. 20) Bij ONHEIL.

1. Onmiddellijk de schietoefening beëindigen.

2. Telefonisch de DIENST 100 VERWITTIGEN.

3. De installaties ontruimen.

4. De uitbater, minstens een bestuurslid verwittigen. ( telefoon nr.'s staan op het toestel.)

Art. 21) Elke onveilige situatie of niet naleving van het reglement moet door ieder lid gemeld worden aan de uitbater, de toezichters of bestuursleden.

Art. 22) De bezoekers van de schietstanden mogen de schutters niet storen en zullen zich minimum 4 meter van de vuurlijn verwijderd houden.

Art. 23) Alle leden en bezoekers dienen zich ten allen tijden strikt te houden aan Art. 3 § 9° van het KB van 13 juli 2000 :

Art. 3 § 9° van het KB van 13 juli 2000.

Alcoholische dranken mogen slechts worden genuttigd door particuliere schutters die hun schietactiviteiten volledig hebben beëindigd, en in geen geval binnen de schietruimte en de wapenkamer; in deze ruimten geldt tevens een algemeen rookverbod; de toegang tot de <schietstand> is ontzegd aan elke persoon die kennelijk in staat van dronkenschap verkeert of in een soortgelijke staat ten gevolge van het gebruik van drugs of

Art. 24 ) De wapens moeten steeds in goede staat van onderhoud verkeren en de munitie voor deze wapens moet dusdanig gekozen zijn dat het wapen volledig storingvrij werkt.

2.2. WAPENHANDELING - DRILL VAN DE SCHUTTERS.

Art. 25) Vervoer en verpakking van het wapen.

Alle wapens dienen ontladen en in een slotvaste koffer of uitgerust met een trekkerslot van en naar de schietstand getransporteerd worden;

Een maal op de terreinen van de schietstand aangekomen zullen de zoals in 1° beschreven verpakte wapens in de wapenkamer worden gelegd, in afwachting van de deelname aan een schietoefening. Ook na de schietoefening zullen de wapens verpakt zoals in 1° beschreven terug in de wapenkamer worden gelegd.

Art. 26) In- en uitpakken van wapen en munitie.

Het wapen zal enkel in- en uitgepakt worden op de schutterstafel aan de vuurlijn nadat is vastgesteld dat de vuurlijnbeveiliging niet in werking is en dat er zich ook effectief niemand voorbij de vuurlijn bevindt.

Het wapen zal meteen geheel ontladen (dus zonder lader [pistolen]) met het sluitstuk open en met de loop naar de kogelvanger op de schutterstafel aan de vuurlijn worden neergelegd.

Art. 27) Laden van het wapen

De schutter zal zijn wapen dan pas laden als hij volledig klaar is om ook effectief te schieten. (schietkaart hangt; oor -en oogbescherming opgezet; kijker geplaatst en afgesteld; enz.)

De schutter zal tijdens het laden het wapen niet al te veel zijdelings verdraaien, de loop moet steeds +/- in de richting van de kogelvanger blijven.

De schutter zal vanaf het ogenblik dat hij munitie in het wapen brengt dit wapen vast nemen en het onder geen enkele voorwaarde terug neerleggen voordat het wapen geheel ontladen is en het sluitstuk open is.

De schutter zal zijn trekkervinger (wijsvinger) niet op de trekker plaatsen maar naast de trekkerbeugel houden zolang de beweging om het wapen naar het doel te brengen niet is ingezet

 

Art. 28) Ontwapenen en ontladen van het wapen dient als volgt te gebeuren:

Voor de pistolen : verwijder eerst de lader uit het wapen. Trek vervolgens de slede helemaal naar achter en blokkeer ze in deze stand, bij het achteruittrekken van de slede zal de patroon die in de kamer zat hieruit verwijderd worden en uit het wapen vallen. Controleer of de kamer wel degelijk leeg is en leg het wapen (met geopend sluitstuk dus) neer in de richting van de kogelvanger. Ontlaadt de lader. Let er op dat tijdens al deze handelingen het wapen steeds in de richting van de kogelvanger blijft.

Voor de revolvers : neem met enkele vingers van de vrije hand de haan stevig vast (zodat men de haan kan tegenhouden bij het overhalen van de trekker). Houdt de haan in de achterste stand en haal de trekker over. Blijf kracht uitoefenen op de trekker en laat de haan zachtjes naar voor komen. Als de haan in de voorste stand is, wordt haan en trekker losgelaten. Open de trommel en verdrijf met behulp van de uitwerperstang (verbonden met de uitwerpster) de patronen uit de trommel. Let vooral bij deze laatste handeling ook goed op dat het wapen steeds in de richting van de kogelvanger blijft. Het wapen mag wel wat naar boven gekanteld om het uitdrijven van de patronen te vergemakkelijken, maar in het horizontale vlak moet het wapen op de kogelvanger gericht blijven. Leg het wapen (met geopend sluitstuk) neer in de richting van de kogelvanger.

Voor de geweren : indien het geweer een lader heeft dient deze altijd eerst te worden verwijderd. Vervolgens dient het sluitstuk achteruit gebracht te worden en afhankelijk van het model in deze stand verankerd te worden. Het sluitstuk moet hoe dan ook open blijven als het wapen wordt neergelegd. Is hiervoor geen vergrendeling voorzien of gebeurt deze vergrendeling door het inbrengen van een lege lader en wordt het sluitstuk met een veer dichtgedrukt, dan zal de schutter het dichtgaan van het sluitstuk verhinderen door in de uitwerpopening een voorwerp in te brengen ( bijvoorbeeld een op maat gezaagd stukje hout of plastiek) om zo het sluiten van het sluitstuk te voorkomen.

 

Art. 29) Het oplossen van storingen.

1) In gelijk welke omstandigheid, hetzij door een storing of het onklaar worden van het wapen of een deel ervan, dient de storing steeds opgelost te worden terwijl de loop naar de kogelvanger gericht blijft.

2) Bij het niet afgaan van het wapen na het overhalen van de trekker (bij een ketser dus) dient men volgende stappen te doorlopen;

Houdt het wapen minimum 10 seconden (om absoluut zeker te zijn 30 sec.) op het doel gericht (er kan nl. nog een naverbranding optreden waardoor het kruit in de patroon slechts na enkele seconden vuur zal vatten.)

Ontlaadt het wapen en open het sluitstuk.

Indien een gepercuteerde maar niet afgeschoten patroon wordt aangetroffen (een ketser genoemd) dient deze met enige omzichtigheid (deze patroon dient als onstabiele munitie te worden aanzien) in de ketsersbak van de schietstand gedeponeerd te worden. Deze bak bevindt zich (PLAATS AANDUIDEN).

3) Wanneer u bij het afvuren van het wapen een merkelijk lichtere terugslag wordt bemerkt dan normaal, dan dienen de volgende stappen worden doorlopen :

Ontlaadt het wapen en open het sluitstuk

Ga met een kuisstok door de loop of bij gebrek hieraan, kijk door de loop, om zeker te zijn dat er geen kogel in is blijven steken. (de kans dat een kogel in de loop is blijven steken is zeker niet denkbeeldig. Als men met een wapen met een op die manier verstopte loop een tweede patroon zou afvuren mag men er bijna 100% zeker van zijn dat het wapen uit elkaar zal spatten door overdruk).

Art. 30) Reactie op de veiligheidsapparatuur.

Elke schietstand (behalve de luchtschietstand) is uitgerust met een vuurlijnbeveiliging die automatisch in werking zal treden wanneer er zich iemand voorbij de vuurlijn begeeft. De vuurlijnbeveiliging bestaat onder meer uit één of meerdere rode of gele zwaailampen eventueel aangevuld met een geluidssignaal.

Bij ingeschakelde vuurlijnbeveiliging mag de schietstand niet gebruikt worden en moeten alle schutters van hun wapens en munitie afblijven.

Wanneer deze vuurlijnbeveiliging tijdens een schietoefening plots in werking treedt, dienen de schutters onmiddellijk het vuren te staken en hun wapens te ontladen.

Art. 31) WISSELEN van de DOELEN (overschrijden van de vuurlijn).

Van toepassing voor alle schietstanden, uitgezonderd bij erkende trainingen Politieparcours of P.P.S. schieten .

Leg het wapen neer, ontlaadt, en open de sluitstukken.

Breng de medeschutters op de hoogte.

Wacht tot alle medeschutters de tijd hebben gehad om hun wapens te ontladen of leeg te schieten en dat ze akkoord zijn dat men voorbij de vuurlijn gaat.

Controleer of alle wapens ontladen zijn en dat alle sluitstukken open zijn.

Ga voorbij de vuurlijn en vervang het doel.

Vooraleer de vuurlijnbeveiliging uit te schakelen en aan de medeschutters de melding te geven dat zij hun schietoefening kunnen hervatten, past het zorgvuldig te controleren dat er zich niemand voorbij de vuurlijn bevindt.

Dezelfde procedure dient steeds strikt toegepast wanneer er iemand voorbij de vuurlijn moet om welke reden dan ook.

Art. 32) Reinigen van de wapens.

1° Het algemeen onderhoud en reiniging van de wapens dient bij de schutter thuis of bij de wapenmaker te gebeuren. Kleine reinigingen om de bedrijfszekerheid van het wapen te garanderen, wanneer men met een zelfde wapen verschillende schietoefeningen wenst mee te doen, is echter wel toegestaan.

De wapens mogen uitsluitend gereinigd worden in de wapenkamer en (PLAATS AANGEVEN).

3° Er mogen in geen geval wapens in of uitgepakt of gereinigd worden aan de tafels of rekken achter de schutters., Deze tafels mogen wel gebruikt worden voor het opbergen van lege wapenkoffers , tassen , kaarten e.d.

Art. 33) De schutter is steeds verantwoordelijk voor zijn wapen en mag in geen geval zijn wapen onbeheerd achterlaten, tenzij ontladen en verpakt in de wapenkamer. Een wapen mag alleen in de wapenkamer vertoeven indien de eigenaar van het wapen op de infrastructuur van de schietstand aanwezig is.

3. ONDERHOUD EN REINIGING VAN DE SCHIETSTAND.

Art. 34) Na het schieten moeten alle doelen uit de schietbanen verwijderd worden ,I.S.S.F.schietkaarten in de daarvoor voorziene bakken, de andere doelen terug in het doelenhok .

Art. 35) De schutter zal de stand verlaten zonder voorwerpen achter te laten. Hulzen, verpakkingen, doelen enz. zal hij in de daarvoor bestemde bakken deponeren.

Art. 36) Alle schietstanden worden twee maal per week gereinigd door een persoon aangeduid door het bestuur. Elke reinigingsbeurt wordt opgeschreven in het onderhoudsboek en na controle afgetekend door een bestuurslid.

Art. 37) In de loop van elke eerste week van de maand worden van alle schietstanden de wanden en zoldering ontstoft door een of meerdere personen aangeduid door het bestuur. Ook dit wordt opgeschreven in het onderhoudsboek en na controle afgetekend door een bestuurslid.

Art. 38) Maandelijks technisch onderhoud.

Het maandelijks technisch onderhoud omvat onderstaande punten en wordt uitgevoerd door een technisch onderlegd persoon, aangeduid door het bestuur.

1. Controle op de goede werking van de vuurlijnbeveiligingen.

2. Controle van de kogelvangers.

3. Controle op de goede werking van de noodverlichting.

4. Controle op het vrij zijn van alle nooduitgangen.

5. Controle op de goede werking van de noodontgrendelingen van de deuren.

6. Controle op de aanwezigheid en goede staat van alle brandbestrijdingsmiddelen.

7. Controle op de inhoud van de EHBO kast. (Volgens inhoudslijst.)

De technieker zal zijn bevindingen en eventuele herstellingen punt per punt inschrijven in het onderhoudsboek en dit ter ondertekening voorleggen aan minstens twee bestuursleden. Indien uit een van bovenstaande controles blijkt dat er iets niet in orde is zal door het bestuur onmiddellijk actie genomen worden.

Art. 39) Een maal per jaar zullen alle brandblussers gecontroleerd worden door een erkende firma, waarmede de vereniging een onderhoudscontract heeft afgesloten.

4. SCHIETTECHNIEKEN

Art. 40) Het vuren in een andere richting dan de kogelvanger en op andere voorwerpen of doelen dan dewelke zijn toegelaten op de desbetreffende stand, is verboden.

Art. 41) Bij elke schietoefening wordt de schutter die het langste lid is van de vereniging automatisch aangesteld als verantwoordelijke voor deze schietoefening. Hij zal dan ook toezien op het goede en veilige verloop van de schietoefening. Bij wedstrijden zijn steeds monitoren en toezichters aanwezig.

Art. 42) Elk gebruik van kogels met hardstalen kern, lichtkogels of lichtspoormunitie en kwikhoudende munitie is te strengste verboden . Dit geldt ten allen tijde en voor alle schietbanen.

Art. 43) Het bestuur kan 1of meerdere schietbanen gedurende een welbepaalde periode voorbehouden voor :

1° trainingen (in groep) voor bepaalde disciplines;

2° het inrichten van wedstrijden;

3° het ter beschikking stellen van een schietbaan aan erkende wapenhandelaars en verzamelaars voor het testen van wapens;

4° het inrichten van de praktische hanterings- en schietproef, opgelegd door de wetgeving terzake.

Dit wordt bekendgemaakt aan het uithangbord in de kantine en de ingang van de voorbehouden schietstand wordt versperd. De toegang tot deze stand wordt strikt beperkt tot de leden die deelnemen aan de activiteit waarvoor de stand is voorbehouden, alsmede de uitbater, de bestuursleden en de toezichters (maximum 2 personen).

Art. 44 ) Het testen van wapens en munitie gebeurt uitsluitend op stand (AANGEVEN). De testen gebeuren steeds in aanwezigheid van een toezichter die waakt over de goede gang van zaken.

Art. 45) de volgende schiettechnieken zijn verboden:

1° Volautomatisch schieten;

2° Schieten op menselijke silhouetten;

3° Gewelddadige scenario’s;

4° Realistische situaties;

5° Schieten vanuit dekking;

6° Schieten waarbij het wapen verborgen wordt gehouden;

7° Het gebruiken van een holster, uitgezonderd bij erkende trainingen van schiet disciplines waarbij het gebruik van een holster voorgeschreven is;

8° van uit de heup de schieten;

9° Schieten met miniatuurkanonnen;

10° Schieten met voorladers van welke soort dan ook;

11° De hieronder weergegeven bepalingen opgenomen in het K.B. van 13 juli 2000 dienen strikt nageleefd te worden

Art. 3. 1° van het KB van 13 juli 2000.

het gebruik van automatische wapens is verboden. Het gebruik van halfautomatische lange wapens is verboden behalve als dit noodzakelijk is in een door de gemeenschapsoverheden bevoegd voor sport erkende discipline.

Art. 3. 10° van het KB van 13 juli 2000.

het beoefenen van schiettechnieken waarbij gebruik wordt gemaakt van realistische situaties, of menselijke silhouetten als doel, of gewelddadige scenario’s, of laserrichtapparatuur, of schieten vanuit dekking, of waarbij het wapen verborgen wordt gehouden, is verboden voor particulieren en bewakingsagenten;

5. DOELEN

Art. 46) Er mag op geen andere voorwerpen dan op daartoe ontworpen doelen worden geschoten.

Art. 47) Normaal schiet men op I.S.S.F.-schietkaarten, verkrijgbaar (PLAATS AANGEVEN)

Art. 48) Er zijn ook andere doelen ter beschikking (dierensilhouetten, bowling pins, enz). Deze doelen mogen slechts gebruikt worden indien aan de volgende voorwaarden voldaan is:

1° Toestemming verkregen hebben van een toezichter of bestuurslid en de door hem opgelegde voorwaarden strikt toepassen. Deze toestemming is eenmalig, en dient derhalve telkens opnieuw verkregen te worden.

2° Strikt en continu toezicht van een toezichter of bestuurslid.

3° De doelen mogen uitsluitend gebruikt worden voor het trainen en wedstrijdschieten van de disciplines waarvoor ze ontworpen zijn.

6. GEBRUIK VAN DE SCHIETBANEN (Baan per Baan)

Art. 49) 6.1. Indeling en benaming van de schietstanden

De standen zijn als volgt ingedeeld:

* Luchtschietstand : deze bevindt zich (PLAATS)

* Handvuurwapenschietstand 25 meter: deze bevindt zich (PLAATS) en is voorbehouden voor de gevorderde pistool- en revolverschutters.

* Gang 1: X meter (PLAATS) – X banen

* Gang 2 : X meter (PLAATS) – X banen

* Gang 3 : X meter (PLAATS) – X banen

* Gang 4 : X meter (PLAATS) – X banen

Art. 50) Luchtschietstand.

De maximale bezetting van deze stand is als volgt samengesteld :X schutters, X toezichters, X wachtende schutters; X toeschouwers.

In deze stand mag alleen met luchtdruk of CO²-wapens geschoten worden.

Er wordt uitsluitend op I.S.S.F.-schietkaarten geschoten .

Art. 51) Handvuurwapenschietstand.

Deze schietstand is een naar Vlarem 2, afdeling 7 (schietstanden in een lokaal), categorie "A" norm gebouwde stand maar wordt als een categorie "B" schietstand gebruikt en dient dus binnen deze normen gebruikt te worden .

Deze schietstand is voorbehouden voor de gevorderde pistool- en revolverschutters die hun doel zelden of nooit missen.

De maximale bezetting van deze stand is als volgt samengesteld : X schutters; X toezichters, X wachtende schutters; X toeschouwers.

De vuurlijn bevindt zich aan de voorzijde van de schutterstafel.

Alle doelen worden op 25 meter van de schutterstafel geplaatst.

Het middelpunt van de doelen moet tussen de 1,4 en 1,6 meter hoog liggen.

Te gebruiken doelen: uitsluitend I.S.S.F.-schietkaarten zoals voorzien in art 47.

Wapens en munitie waarmede op deze stand mag geschoten worden: uitsluitend handvuurwapens (pistool en revolver) : .22, .32, .38, 9mm,.45. (geen magnumkalibers)

De energie van een in deze stand afgeschoten kogel mag nooit groter zijn dan 600 Joule, aan de loopmonding gemeten ( zie munitietabellen *E o).

Het gebruik van kogels met hardstalen kern, lichtkogels of lichtspoormunitie en kwikhoudende munitie is ten strengste verboden .

Afschieten van hagelpatronen is ten strengste verboden.

Art. 52) GANG 1

Deze schietstand wordt gebruikt als een Vlarem 2, afdeling 7 (schietstanden in een lokaal), categorie "A" stand.

De maximale bezetting van deze stand is als volgt samengesteld: X schutters, X toezichters, X wachtende schutters, geen toeschouwers.

De schutters kiezen de door hun gewenste vuurlijn.

Indien de schutters meerdere vuurlijnen wensen te gebruiken zal de stand slechts door 1 schutter kunnen gebruikt worden die tijdens de gehele schietoefening begeleid wordt door een toezichthoudend lid. De andere wachtende schutters, in dit geval maximum X, blijven aan de ingang wachten en zien er op toe dat niemand de stand betreedt.

Wapens en munitie: alle hand- en schoudervuurwapens behalve deze beschreven in de Vlarem 2 normen hieromtrent:

Subafdeling 5.32.7.2. - Schietstanden van categorie A

Art. 5.32.7.2.1.

§ 1. De voorwaarden van deze subafdeling zijn van toepassing op schietstanden van categorie A.

§ 2. Jacht- en oorlogswapens alsmede jacht- en oorlogsmunitie zijn verboden in de schietstand.

§ 3. De wapens moeten steeds in goede staat van onderhoud verkeren.

§ 4. Het gebruik van voorlaadwapens van welke soort ook is verboden.

§ 5. Het gebruik van kogels met hardstalen kern, lichtkegels of lichtspoormunitie en kwikhoudende munitie is verboden.

Doelen: Alle doelen worden helemaal achteraan in de gang geplaatst (minimum 7 meter na de laatste lampenkast.)

Alleen in deze stand is het toegelaten hagelpatronen af te vuren, zij het enkel met verweerwapens.

Art. 53) GANG 2

Deze schietstand wordt gebruikt als een Vlarem 2, afdeling 7 (schietstanden in een lokaal), categorie "A" stand.

De maximale bezetting van deze stand is als volgt samengesteld: X schutters, X toezichters, X wachtende schutters, X toeschouwers.

De vuurlijn bevindt zich aan de voorzijde van de schutterstafel.

Alle doelen worden op 25 of 50 meter van de schutterstafel geplaatst .

Het middelpunt van de doelen moet tussen de 1,4 en 1,6 meter hoog liggen.

Te gebruiken doelen: uitsluitend I.S.S.F.-duel (snelvuur) schietkaarten.

De sleutel van de duelinstallatie is verkrijgen bij (PLAATS EN PERSOON).

Wapens en munitie: Alle hand- en schoudervuurwapens behalve deze beschreven in de Vlarem 2 normen hieromtrent.

Subafdeling 5.32.7.2. - Schietstanden van categorie A

Art. 5.32.7.2.1.

§ 1. De voorwaarden van deze subafdeling zijn van toepassing op schietstanden van categorie A.

§ 2. Jacht- en oorlogswapens alsmede jacht- en oorlogsmunitie zijn verboden in de schietstand.

§ 3. De wapens moeten steeds in goede staat van onderhoud verkeren.

§ 4. Het gebruik van voorlaadwapens van welke soort ook is verboden.

§ 5. Het gebruik van kogels met hardstalen kern, lichtkegels of lichtspoormunitie en kwikhoudende munitie is verboden.

9) Afschieten van hagelpatronen is ten strengste verboden in deze gang.

Art. 54) GANG 3

(ENZOVOORT)

.

 

Art. 56 ) Gebruik van de wapenkamer.

In de wapenkamer bevinden zich kluizen waarin de clubwapens zijn opgeborgen en kleine kastjes. Deze kastjes en sommige delen van een kluis zijn voor de leden te huur.

In de kastjes mag men geen wapens noch munitie leggen maar wel allerhande schietbenodigdheden.

Wapens en munitie moeten in een kluis opgeborgen worden. In de wapenkamer is een permanent een lijst aanwezig van alle wapens die opgeslagen worden in de schietstand. Elk wapen moet telkens op een specifieke en geïdentificeerde plaats opgeborgen worden. Geen enkel wapen mag uit de wapenkamer worden weggenomen of teruggeplaatst zonder dat een daarvoor aangewezen verantwoordelijke persoon dit geregistreerd heeft in het register dat permanent in de wapenkamer aanwezig is. Een herkenbaar identificatieteken wordt aangebracht in de voor dat wapen voorbehouden plaats. Het identificatieteken vermeldt de bijzondere kenmerken van het weggenomen wapen.

De wapens die in de wapenkamer worden opgeslagen mogen niet gewapend of geladen zijn. De munitie wordt bewaard in een afzonderlijke brandbestendige kast of koffer die in de wapenkamer is geplaatst.

In de wapenkamer mag men wapens in- en uitpakken en ze aan iemand tonen , MAAR WEL STEEDS ONTLADEN EN MET OPEN SLUITSTUKKEN.

In de wapenkamer is ook een plaats voorzien voor het reinigen van de wapens. Plaats steeds een oude (gebruikte ) schietkaart op het werkblad alvorens uw wapen te reinigen en in te oliën . Kuisstokken en andere benodigdheden dient u zelf voor handen te hebben . Ruim na gebruik deze plaats op a.u.b. .

7. BIJKOMENDE ALGEMENE REGLEMENTEN.

Art. 57) Een persoon die geacht wordt de veiligheid of de waardigheid van de aanwezige personen of van de club te schaden, zal gevraagd worden onmiddellijk de terreinen te verlaten.

Art. 58) Al de gevallen, in huidig reglement niet voorzien, kunnen door de beheerraad aangevuld worden.

Art. 59) Ingeval van twijfel over de juiste interpretatie van één of meerdere reglementen, moet bijkomende uitleg gevraagd worden aan de uitbater of aan een bestuurslid.

Art. 60) Ieder lid van de vereniging wordt in het bezit gesteld van dit huishoudelijk reglement vanaf het moment van zijn aanvaarding als lid. Tevens wordt het op een voor iedere gebruiker van de schietstand duidelijk zichtbare plaats opgehangen.

Aldus opgemaakt te (PLAATS), op (DATUM)

De uitbater,

De bestuursleden,